Rb. Arnhem 4 april 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP9892

De militaire kamer veroordeelt een 29 jarige Korporaal der mariniers en 6 Mariniers der 1e klasse, tussen de 20 en 25 jaar oud, voor het medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden. De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat zij op 30 juni 2010 aan boord van marineschip Hr. Ms. Johan de Witt een collega-militair in de nachtelijke uren uit zijn bed hebben getrokken, hem op de grond hebben geboeid, een geblindeerde bril en oorkappen hebben opgezet en zijn mond hebben dichtgeplakt met tape. Vervolgens hebben ze hem afgevoerd naar een kooi, die bestemd was voor piraten, en hem daar op een stoel, met zijn armen achter zijn rug geboeid en aan de grond vastgemaakt, achtergelaten terwijl de kooi met een ketting en een extra aangebrachte tie-wrap was afgesloten. De militaire kamer veroordeelt de 29 jarige Korporaal der mariniers voorts voor het als militair opzettelijk toelaten dat zijn militaire minderen (de medeverdachten) bovenstaand feit pleegden, terwijl van hem verwacht mocht worden dat hij zou ingrijpen. De militaire kamer legt aan de Korporaal der mariniers als straf op een werkstraf voor de duur van 40 uren en aan de 6 Mariniers der 1e klasse een werkstraf voor de duur van 30 uren. De militaire kamer benadrukt dat de gedragingen zo buitensporig zijn geweest dat niet alleen de grens tot welke een grap zich kan uitstrekken, maar ook de grenzen die het Wetboek van Strafrecht aan ieders gedragingen stelt in ernstige mate zijn overschreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen