Rb. Arnhem 9 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP8600
De rechtbank oordeelt dat er voor ASR voor het uitbrengen van de onderhavige dagvaarding redelijkerwijs geen onduidelijkheid kon bestaan over het onderscheid tussen netbeheerder, leverancier en meetbedrijf. Op grond daarvan moet worden geoordeeld dat ASR wist, althans had behoren te weten, welke vennootschap zij in rechte had moeten betrekken. Het feit dat Nuon CCC als incassovehikel fungeert voor Nuon Sales en Liander is onvoldoende om haar aan te spreken uit hoofde van een vordering die ASR op Nuon Sales, Liander en mogelijk Liandon stelt te hebben. De door ASR aangehaalde volmachten kunnen dat niet anders maken, reeds omdat het hier gaat om interne volmachten en Nuon CCC heeft betwist als gevolmachtigde aangesproken te kunnen worden. De conclusie is dat niet kan worden aangenomen dat Nuon CCC ter zake van de onderhavige vordering de contractspartij is van ASR, althans dat ASR daar gerechtvaardigd op mocht vertrouwen. De vorderingen van ASR moeten daarom worden afgewezen. In reconventie wordt de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van Nuon CCC, waarbij zij zich zal kunnen uitlaten over de vraag of zij bewijs wenst te leveren van de hoeveelheid gas die zij in de jaren 2002 tot en met 2009 aan ASR heeft geleverd op het adres 191, en zo ja, hoe.
De uitspraak op rechtspraak.nl