Rb. Arnhem 26 januari 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP3591

In het vonnis van 18 maart 2009 heeft de rechtbank overwogen dat eiser is geslaagd in het bewijs van feiten of omstandigheden waaruit volgt dat het voor hem mogelijk geweest zou zijn de boerderij op gunstiger voorwaarden tegen brand- en stormschade te verzekeren dan op advies van gedaagde is gebeurd. Daarmee staat vast dat gedaagde onjuist heeft geadviseerd aan eiser. Het gevolg daarvan is dat zij de ten gevolge van het advies geleden schade moet vergoeden. Na deskundigenbericht alles overziend is de rechtbank van oordeel dat een onverkorte uitkering van de verkoopwaarde door de verzekeraar geleid zou hebben tot een voordeel bij eiser. Wat na de brand plaatsvond was immers sloop van de resten. Gesteld noch gebleken is dat voor de daarmee gemoeide kosten de verzekeringsuitkering niet dekkend is geweest. Daarop is nieuwbouw gevolgd, die geen herbouw was en waarvoor de verzekering dus geen dekking bood. Noch uit de dagvaarding noch uit andere stukken blijkt van een grotere schade van eiser die door de verzekering, rekening houdend met de werking van het indemniteitsbeginsel, zou zijn gedekt. Het voorgaande betekent dat de vordering moet worden afgewezen, hoewel is komen vast te staan dat het advies van gedaagde niet deugdelijk is geweest.

De uitspraak op rechtspraak.nl