Rb. Arnhem 19 februari 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BO3696

Verzoekster is sinds 2005 met de moeder gehuwd. De moeder is in 2009 in België kunstmatig geïnsemineerd met anoniem donorsperma, tengevolge waarvan bij haar een zwangerschap is ontstaan. Verzoeksters verzoeken de adoptie uit te spreken van de nog ongeboren minderjarige door verzoekster. Voor zover met het verzoek wordt beoogd de adoptie vóór de geboorte van het kind uit te spreken, wijst de rechtbank het verzoek af. De rechtbank vat het verzoek op als een verzoek de adoptie uit te spreken nadat het kind is geboren. Alhoewel de minderjarige is geboren binnen de relatie van verzoeksters en tengevolge van kunstmatige inseminatie is verwekt, is artikel 1:227 lid 4 BW niet van toepassing; de kunstmatige inseminatie heeft plaatsgevonden in België waardoor geen verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting is overgelegd. Het verzoek wordt getoetst aan artikel 1:227 lid 3 BW. De rechtbank spreekt de adoptie uit van de minderjarige door verzoekster. Nu de minderjarige is geboren binnen de relatie van verzoeksters en de adoptie vóór de geboorte van de minderjarige is verzocht, werkt deze op grond van artikel 1:230 lid 2 BW terug tot het tijdstip van de geboorte van de minderjarige.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen