Rb. Arnhem 14 september 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BN8428
Successiewet 1956, navorderingsaanslag en intrekking anbi-rangschikking met terugwerkende kracht. Eiseres, een stichting, is in het jaar van overlijden van erflaatster, 2002, op verzoek gerangschikt als algemeen nut beogende instelling. Na ontvangst van de jaarrekeningen heeft verweerder een boekenonderzoek ingesteld en op grond van de resultaten daarvan zich op het standpunt gesteld dat de feitelijke werkzaamheden van eiseres niet in overeenstemming zijn met het statutaire doel van de stichting en dat die werkzaamheden niet ten algemene nutte, althans dienen de werkzaamheden niet ten minste in gelijke mate het algemene als het particuliere belang. De rechtbank oordeelt dat uit de stukken, met name de jaarrekeningen, blijkt dat de feitelijke werkzaamheden van eiseres nagenoeg geheel gericht zijn geweest op het particuliere belang van [B], die werkzaam was voor eiseres en de voormalig adviseur van erflaatster. Verweerder kon pas uit de jaarstukken 2003, die in februari 2007 zijn ingediend, afleiden dat het beleid en de feitelijke werkzaamheden van eiseres niet overeenkomstig haar statutaire doelstellingen waren. Van de periode 2001 tot en met 2006 zijn geen interne stukken van eiseres bekend, zoals een beleidsplan, notulen van vergaderingen of besluiten. Het jaar 2002, zoals ook door eiseres is gesteld, vomrt een overgangsjaar waarin eiseres nog niet kon beschikken over de nalatenschap. Het moet ervoor worden gehouden dat het beleid, zoals dat duidelijk is geworden uit de latere jaarstukken, ook in 2002 al werd gevoerd. Eiseres wist derhalve, of had moeten weten, dat haar feitelijke werkzaamheden in strijd waren met de aan de rangschikking verbonden voorwaarde.
De uitspraak op rechtspraak.nl