Rb. Arnhem 26 augustus 2010, ECLI:NL:RBARN:2010:BN8134

De rechtbank volgt verweerder in zijn betoog dat eerst na de vaststelling van de vergoeding bekend werd dat de procedure, waarop de toevoeging zag, niet was beëindigd. Verweerder was bevoegd de toevoeging te wijzigen in die zin dat een opvolgende advocaat de zaak overam. Hierdoor zal de vergoeding aan eiser lager (namelijk op nihil) worden vastgesteld, zodat verweerder eveneens bevoegd was de verstrekte vergoeding in te trekken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen