Rb. Arnhem 14 oktober 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BK9421
- erkenning adoptie - Massachusetts - beginseltoestemming - art. 2 Wobka - art. 7 lid 1 sub a van de WCAd - adoptie - art. 1:227 lid 2 BW - art. 1:228 lid 1 sub f BW - (adoptief)ouder - gezamenlijk gezag - art. 1:252 lid 1 BW Twee Nederlandse vrouwen, die samenwonen maar niet gehuwd zijn, noch geregistreerde partners zijn, verzoeken primair om erkenning van een in Massachusetts (Verenigde Staten van Amerika) ten behoeve van verzoeksters uitgesproken adoptie en subsidiair om erkenning van die adoptie uit te spreken ten behoeve van de verzoekster aan wie beginseltoestemming is verleend (X) en de partneradoptie naar Nederlands recht uit te spreken ten behoeve van de andere verzoekster (Y). Voorts verzoeken zij het gezamenlijk gezag uit te spreken over de minderjarige. Nu de beginseltoestemming alleen aan X is verleend, is op grond van art. 2 Wobka en art. 7 lid 1 sub a van de WCAd alleen ten aanzien van X voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de buitenlandse adoptie. Ten aanzien van Y geldt dat, nu de onderhavige beschikking nog niet onherroepelijk is geworden, er strikt formeel niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:227 lid 2 en art. 1:228 lid 1 sub f van het BW. Het moet ingevolge deze bepalingen immers gaan om een adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de (adoptief)ouder is. De rechtbank is van oordeel dat vanwege het belang van het kind en proceseconomische redenen een dergelijke strikte uitleg van artikel 1:227 lid 2 en art. 1:228 lid 1 sub f BW niet wenselijk is. Het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen brengt niet mee het van rechtswege ontstaan van gezamenlijk gezag, nu hiervoor in de wet geen bijzondere voorziening is getroffen ten aanzien van adoptiefouders die niet zijn gehuwd en die geen geregistreerde partners zijn. Voor deze situatie geldt dat verzoekers op grond van art. 1:252 lid 1 BW het gezamenlijk gezag kunnen uitoefenen indien dit op hun beider verzoek wordt aangetekend in het gezagregister.
De uitspraak op rechtspraak.nl