Rb. Arnhem 16 december 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BK8892
De vervoersovereenkomst is een obligatoire, wederkerige overeenkomst, die op grond van art. 6:248 lid 1 BW ook die rechtsgevolgen heeft die uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Een van die eisen is de loyaliteitsverplichting die onder meer inhoudt dat de ene partij die gedragingen verricht die de andere partij in staat stelt het door deze verwachte nut van de overeenkomst te realiseren. Het door de Provincie gedane aanbod de financiële gevolgen van het tegenvallende aantal zones te neutraliseren moet in die sleu-tel worden gezien. De rechtbank is voornemens een deskundige te benoemen om de omvang van de financiële gevolgen vast te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl