Rb. Arnhem 27 oktober 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BK2969
Een aantal van de in artikel 16b van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten (hierna: het Vrijstellingsbesluit) genoemde vrijstellingsgronden worden niet genoemd in artikel 16, eerste lid, van Habitatrichtlijn en artikel 9, eerste lid, van de Vogelrichtlijn. Naar het oordeel van de rechtbank bieden deze richtlijnen geen aanknopingspunten voor het oordeel dat lidstaten in de nationale wetgeving gronden voor het verlenen van een ontheffing mogen hanteren die niet in die richtlijn zijn genoemd en hiervan ook niet direct zijn af te leiden. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat de grondslag voor het vaststellen van de Gedragscode zich niet verdraagt met artikel 16, eerste lid, van de Habitatrichtlijn en artikel 9, eerste lid, van de Vogelrichtlijn. Nu de Gedragscode zou gelden ten aanzien van (overige) beschermde inheemse dier- en plantensoorten, die onder het beschermingsregime van genoemde richtlijnen vallen, heeft verweerder artikel 16b van het Vrijstellingsbesluit niet aan zijn besluit tot goedkeuring van de Gedragscode ten grondslag mogen leggen. Goedkeuring van de Gedragscode is verder in strijd met het bepaalde in artikel 16, derde lid, aanhef en onder e, van de Habitatrichtlijn en artikel 9, tweede lid, van de Vogelrichtlijn, omdat de Gedragscode niet voorziet in controlemaatregelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 3:11 Awb
- Artikel 3:12 Awb
- Artikel 3:44 Awb
- Artikel 6:7 Awb
- Artikel 6:8 Awb
- Artikel 6:10 Awb
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 6:18 Awb
- Artikel 6:19 Awb
- Artikel 8:26 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 8:77 Awb
- Artikel 4 Ffw
- Artikel 9 Ffw
- Artikel 10 Ffw
- Artikel 11 Ffw
- Artikel 12 Ffw
- Artikel 13 Ffw