Rb. Arnhem 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BK0402
Gezien het feit dat de medische wetenschap leert dat asbest als het ware als een depot in het lichaam blijft en dat de vezels niet afbreken en nauwelijks uit het lichaam verdwijnen en samen met eerdere of latere blootstelling een kritische waarde kan worden overschreden, waardoor asbestgerelateerde ziektes zich kunnen ontwikkelen, alsmede dat bij een asbestgerelateerde ziekte als een maligne mesothelioom naar de huidige stand van medische kennis geen genezende behandeling mogelijk is, is de rechtbank van oordeel dat het binnenkrijgen van niet te verwaarlozen hoeveelheden asbestvezels door een ongecontroleerde, systematische bewerking van asbesthoudend materiaal per definitie als “ernstige schade voor de gezondheid” onderscheidenlijk “levensgevaar” (en afhankelijk van de omstandigheden “gevaar voor de openbare gezondheid”) in de zin van artikel 32, eerste lid, Arbeidsomstandighedenwet respectievelijk artikel 173a en 173b Wetboek van Strafrecht aangemerkt dienen te worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl