Rb. Arnhem 23 juni 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6848

Winst uit onderneming of inkomsten uit arbeid. Vermindering ter voorkoming van dubbele belasting bij inkomsten afkomstig van Duitse vennootschap. Privé gebruik auto. Nieuw feit en kwade trouw. Jaren 2000 tot en met 2003. Beide ouders van eiser zijn firmant in vof Y. Deze vof oefent een materiële onderneming uit, bestaande uit groothandelsactiviteiten. Eiser, zijn twee broers en beide ouders zijn firmant in vof G. Vof G stelt de arbeid van haar vijf firmanten ter beschikking van vof Y en ontvangt daarvoor een jaarlijkse vergoeding. De winst van vof G wordt nagenoeg geheel onder de drie broers verdeeld. In geschil is of eiser en zijn twee broers winst uit onderneming genieten en recht hebben op zelfstandigenaftrek. De rechtbank oordeelt dat vof G geen onderneming drijft en dat de onderneming van vof Y niet voor rekening van eiser en zijn broers wordt uitgeoefend, maar dat eiser en zijn broers slechts via vof G een arbeidsbeloning ontvangen voor de door hen verrichte werkzaamheden. Een deel van de activiteiten van vof Y wordt ondergebracht in een Duitse vennootschap. Eiser en zijn broers ontvangen van deze vennootschap loon. De rechtbank beslist dat de vennootschap voor de toepassing van het met Duitsland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting in Nederland (op het kantooradres van vof Y) is gevestigd (haar woonplaats heeft), zodat de heffing over het genoten loon aan Nederland is toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen