Rb. Arnhem 2 juli 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4765
Eiser heeft het verzoek gedaan om hem op grond van artikel 7, tweede lid, van de Samenwerkingsverordening 1993 ontheffing te verlenen voor het gebruik van de kantoornaam “{eiser} Advocaten”. Verweerder heeft zulks geweigerd. De rechtbank is van oordeel, dat verweerder het door eiser daartegen gemaakte bezwaar terecht als administratief beroep heeft aangemerkt en behandeld. De rechtbank stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast, dat door eiser geen samenwerkingsverband in de zin van de verordening wordt onderhouden. Eiser is thans de enige aan het kantoor “{eiser} Advocaten” verbonden advocaat. Daarnaast is een niet-jurist op het gebied van bewindvoering werkzaam. De rechtbank deelt het standpunt van verweerder, dat met het gebruik van de naam “{eiser} Advocaten” wel het bestaan van zo’n samenwerkingsverband wordt gesuggereerd. Ingevolge het bepaalde in het hiervoor weergegeven artikel 7, tweede lid, eerste volzin, van de verordening is dit niet toegestaan. Eiser heeft tot 2002 onder de naam "{eiser} Advocaten" een samenwerkingsverband onderhouden en voert sindsdien een eenmanszaak met behoud van die naam. Anders dan verweerder en de Raad, en met eiser, is de rechtbank van oordeel dat artikel 7, tweede lid, tweede volzin, van de verordening voor die situatie een ontheffingsmogelijkheid biedt. De redactie van die tweede volzin laat immers niet de conclusie, die verweerder en de Raad delen, toe dat ontheffing beperkt zou zijn tot de situatie waarin sprake is van samenwerkingsverbanden die niet meer door de gemeenschappelijke naam worden gedekt, maar waarin de samenwerking als zodanig niet is verdwenen. Verweerder heeft daarom zijn bevoegdheid in zoverre te beperkt opgevat en eisers verzoek om ontheffing niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften beoordeeld. Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb kunnen de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit echter geheel in stand blijven, aangezien de rechtbank de opvatting van verweerder deelt dat de kantoornaam "{eiser} Advocaten" de schijn van een samenwerkingsverband heeft en deze schijn onvoldoende kan worden weggenomen door het stellen van de ontheffingsvoorwaarde van plaatsing van een voetnoot op eisers briefpapier of andere schriftelijke communicatievormen, inhoudende dat het een eenmanszaak betreft. De weigering van de aangevraagde ontheffing kan daarom gehandhaafd blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 4 Hnw
- Artikel 29 Advw
- Artikel 1:5 Awb
- Artikel 6:15 Awb
- Artikel 7:18 Awb
- Artikel 8:26 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 8:74 Awb
- Artikel 8:75 Awb
- Artikel 8:77 Awb
- Artikel 1 Samenwerkingsverordening 1993
- Artikel 4 Samenwerkingsverordening 1993
- Artikel 7 Samenwerkingsverordening 1993
- Artikel 10 Samenwerkingsverordening 1993