Rb. Arnhem 23 juni 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ2564
VPB en IB. Herinvesteringsreserve. X BV (eiseres) verkoopt in 2001 een door haar verhuurd pand. Voor de behaalde boekwinst vormt zij een herinvesteringsreserve. In 2004 voert zij besprekingen inzake de aankoop van een gedeelte van een perceel industriegrond (zij wil 1000 m2 voor een prijs van € 70 per m2 kopen) met het doel deze grond aan een derde te verhuren. De beoogde verhuur wordt door eiseres en de toekomstige verhuurder op 31 december 2004 vastgelegd. Er ontstaat vertraging in de uitvoering van de plannen door de wens van de verkoper slechts het gehele perceel te verkopen en door nader onderzoek naar de mate van vervuiling. In 2007 verkrijgt zij uiteindelijk de eigendom van 700 m2 grond tegen een prijs van € 100 per m2. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk maakt dat zij in 2004 een obligatoire overeenkomst is aangegaan, maar dat tussen partijen nog slechts de intentie bestond er gezamenlijk uit te komen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van bijzondere omstandigheden, die een verlenging van de herinvesteringstermijn rechtvaardigen. De wens van de verkoper het perceel alleen in zijn geheel te verkopen en noodzakelijk onderzoek naar de mate van vervuiling zijn geen bijzondere omstandigheden. De reserve moet in het jaar 2004 in de winst worden opgenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl