Rb. Arnhem 13 maart 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1352

Verweerder heeft geweigerd om aan eiseres met ingang van 1 april 2008 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toe te kennen. Aan het bestreden besluit ligt het standpunt van verweerder ten grondslag dat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden. Verweerder neemt primair het standpunt in dat aan de werkloosheid een dringende reden ten grondslag ligt omdat eiseres heeft geweigerd om aan haar re-integratie mee te werken. Daarmee heeft zij volgens verweerder hardnekkig geweigerd om te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten, haar door of namens de werkgever verstrekt, in de zin van artikel 7:678, tweede lid, aanhef en onder j, van het Burgerlijk Wetboek (BW), wat haar te verwijten valt. Subsidiair neemt verweerder het standpunt in dat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden omdat de dienstbetrekking is beëindigd zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen