Rb. Arnhem 15 januari 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BH5612
Verder terugwerkende kracht dan één jaar; bijzonder geval als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de WAZ? Eiser is van mening dat sprake is van een bijzonder geval. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat hij vanaf eind 1988 meerdere keren met klachten bij de huisarts is geweest, dat hij dan werd gerust gesteld, en dat hem telkens werd meegedeeld dat er niets aan de hand was. De rechtbank is van oordeel dat indien sprake is van klachten en beperkingen het op de weg van een betrokkene ligt om zich in voldoende mate medisch te laten beoordelen. De rechtbank is echter voorts van oordeel dat, indien die medische beoordeling geen medische oorzaak voor de klachten en beperkingen oplevert, een betrokkene redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest indien hij geen uitkering aanvraagt, aangezien een betrokkene er in dat geval van uit mag gaan dat een uitkering geweigerd zal worden. Verweerder heeft bij zijn besluitvorming ten onrechte niet de vraag betrokken of eiser zich vanaf eind 1988 in voldoende mate medisch heeft laten beoordelen, en of de uitkomsten van die medische beoordelingen zodanig waren dat eiser ter zake van de late aanvraag redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl