Rb. Arnhem 28 januari 2009, ECLI:NL:RBARN:2009:BH2824
In de hoofdzaak: wel leidt overtreding van art. 26 Wck (oud), te weten het niet naleven van de daarin voorgeschreven informatieplichten aan de kredietnemers, tot een tekortkoming van de Bank in de nakoming van de krediettransactie. Deze verplichting dient in de precontractuele fase te worden uitgevoerd. Nakoming van die verplichting door de Bank is daarom blijvend onmogelijk. In 't Hof c.s. hebben daarom de bevoegdheid tot ontbinding van de krediettransactie zonder dat de Bank in verzuim is. Dit brengt mee dat de vordering in reconventie tot ontbinding van de krediettransactie op de voet van art. 6:267 lid 2 BW zal worden toegewezen. In de vrijwaring: Het effectenleasecontract is blijkens de opmaak van de overeenkomst en de brochure een financieel product van Defam. Op Defam rust daarom als aanbieder van het financiële pro-duct de zorgplichten die onder meer inhouden dat klanten voldoende informatie over het product krijgen en dat het product aan klanten wier financiële positie het ongeschikt maakt zo’n overeenkomst te sluiten, wordt ontraden.
De uitspraak op rechtspraak.nl