Rb. Arnhem 3 december 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BG6981
Eiser heeft een groot aantal bezwaren tegen het arbitrale vonnis aangevoerd die vaak in detail ingaan op de overwegingen van het Scheidsgerecht. Voor de rechtbank is uitgangspunt dat een procedure op de voet van art. 1065 Rv niet mag worden gebruikt als een verkapt hoger beroep. Het algemeen belang bij een effectief functionerende arbitrale rechtspleging brengt mee dat de burgerlijke rechter slecht in sprekende gevallen dient in te grijpen. De burgerlijke rechter dient de vernietigingsgronden met terughoudendheid toe te passen (HR 17 januari 2003, NJ 2004, 384, HR 19 januari 2004, NJ 2005, 190, HR 22 de-cember 2006, NJ 2008, 4 en HR 25 mei 2007, NJ 2007, 294). Tekortkomingen in het arbi-trale vonnis van ondergeschikt belang zullen niet leiden tot vernietiging.
De uitspraak op rechtspraak.nl