Rb. Arnhem 7 mei 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD4927

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijkerk heeft een algemeen beleid geformuleerd om de overlast van hondenpoep voor de burgers van de gemeente te verminderen. Op grond van artikel 2.4.18 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), zijn er concrete gebieden aangewezen waar honden mogen worden uitgelaten. Het aanwijzen van deze concrete gebieden is een besluit van algemene strekking. Tegen een dergelijk besluit staat bezwaar en beroep open. Bij dit besluit heeft het college van B&W een ruimtelijke beoordelingsmarge; de rechter dient terughoudend te toetsen. Dit wil zeggen dat hij beoordeelt of de door het college gekozen oplossing redelijk is. Belangrijk hierbij is dat de belangen van betrokkenen goed tegen elkaar zijn afgewogen. Blijkens informatie van de website van het RIVM, die verzoeker heeft aangehaald, is niet aannemelijk geworden dat de hondenuitlaatroute nabij de woning van verzoeker een zo groot risico vormt voor de volksgezondheid in het algemeen en voor verzoeker in het bijzonder, dat er advies dient te worden gevraagd aan de gemeentelijke gezondheidsdienst op grond van artikel 5, tweede lid, van de Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV). Er kan niet worden gezegd dat er niet is voldaan aan de eis van een zorgvuldige bevoegdheidsuitoefening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen