Rb. Arnhem 12 juni 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD4624

De raad voor rechtsbijstand heeft een klacht tegen [advocaat] gegrond verklaard en [advocaat] een waarschuwing gegeven met de mededeling dat bij herhaling uitsluiting (in enigerlei vorm) van het verrichten van gefinancierde asielrechtsbijstand wordt overwogen. De rechtbank stelt vast dat de onderhavige waarschuwing niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De waarschuwing brengt immers geen wijziging in de rechtspositie van eiser. De waarschuwing legt hem geen rechtens bindende verplichting op en onthoudt hem evenmin enig recht. Bovendien kan eiser – indien de waarschuwing op enig moment daadwerkelijk wordt gevolgd door een besluit tot al dan niet tijdelijke uitsluiting van verdere verlening van rechtsbijstand – gebruik maken van de tegen een dergelijk besluit openstaande rechtsbescherming, nu een dergelijk besluit wel op rechtsgevolg is gericht. In het kader van die procedure kunnen de thans aan de orde zijnde rechtsvragen in volle omvang aan de orde komen. Nu de waarschuwing in de brief van 17 juni 2005 geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is, stond hiertegen geen bezwaar open in de zin van de Awb en had verweerder het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen