Rb. Arnhem 12 juni 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD4610

De raad voor rechtsbijstand heeft een klacht tegen [advocaat] gegrond verklaard en [advocaat] een voorwaardelijke uitsluiting voor het verlenen van gesubsidieerde asielrechtsbijstand voor de duur van drie maanden met een proeftijd van een jaar opgelegd. Bij besluit op bezwaar heeft verweerder de voorwaardelijke uitsluiting herroepen. De rechtbank stelt vast dat de onderhavige voorwaardelijke uitsluiting niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De voorwaardelijke uitsluiting brengt immers geen wijziging in de rechtspositie van eiser. De voorwaardelijke uitsluiting legt hem geen rechtens bindende verplichting op en onthoudt hem evenmin enig recht. Bovendien kan eiser – indien de voorwaardelijke uitsluiting op enig moment daadwerkelijk wordt gevolgd door een besluit tot al dan niet tijdelijke uitsluiting van verdere verlening van rechtsbijstand – gebruik maken van de tegen een dergelijk besluit openstaande rechtsbescherming, nu een dergelijk besluit wel op rechtsgevolg is gericht. Nu de voorwaardelijke uitsluiting in de brief van 5 januari 2005 geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is, stond hiertegen geen bezwaar open in de zin van de Awb en had verweerder het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen