Rb. Arnhem 16 april 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BD1759
Eiser legt aan zijn vordering ten grondslag dat gedaagde onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld. Hij onderbouwt dat met een aantal concrete verwijten. In de eerste plaats stelt eiser dat gedaagde heeft gehandeld als orderremisier en/of cliëntenremisier (effectenbemiddelaar) zonder te beschikken over de daarvoor benodigde vergunning als bedoeld in artikel 7 Wet toezicht effectenverkeer (2005) (hierna “Wte”) en zonder ingeschreven te zijn geweest bij de AFM als cliëntenremisier. Voorts verwijt eiser gedaagde dat hij heeft gehandeld in strijd met artikel 41 Nadere Regeling Gedragstoezicht Effectenverkeer 2002 (NR) waarin onder andere wordt bepaald dat een effecteninstelling zich met betrekking tot een effecteninstelling die niet beschikt over een vergunning ex artikel 7 Wte dient te onthouden van het aanbrengen van cliënten of effectenorders voor rekening van cliënten bij deze instelling.
De uitspraak op rechtspraak.nl