Rb. Arnhem 6 maart 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BC9172
Verzoek aan de IGZ tot openbaarmaking op grond van de Wob van een door het psychiatrisch ziekenhuis op basis van artikel 4a van de Kwaliteitswet zorginstellingen opgestelde suïciderapportage. Verweerder heeft naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter niet deugdelijk gemotiveerd, dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de overledene niet een bij het verzoek om openbaarmaking van de onderhavige rapportage af te wegen belang betreft. De verwijzing naar het enkele feit, dat de overledene niet meer door derden met de in deze rapportage opgenomen gegevens kan worden geconfronteerd, is daartoe onvoldoende. Evenmin is in dit verband relevant dat de rapportage wordt geanonimiseerd, nu dit onverlet laat dat in kleine kring de identiteit van betrokkene herleidbaar zal zijn. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen, dat de overledene -volgens verzoekster- bij leven expliciet heeft gesteld, dat gegevens omtrent haar behandeling niet aan haar ouders of familie mochten worden bekendgemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl