Rb. Arnhem 28 februari 2008, ECLI:NL:RBARN:2008:BC5626

Eiser bezit 6500 aandelen A in F BV. Bij oprichting van F BV zijn 125.000 aandelen A en 75.000 aandelen B geplaatst. Eiser verkoopt in 2001 zijn aandelen A. Verweerder legt een navorderingsaanslag IB/PVV op in verband met winst uit aanmerkelijk belang. In geschil is of verweerder beschikt over een voor navordering benodigd nieuw feit en of het aandelenbezit van eiser een soort aanmerkelijk belang vormt als bedoeld in artikel 4.7 van de Wet IB 2001. De rechtbank beantwoordt beide vragen bevestigend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen