Rb. Arnhem 26 november 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BC0264
Berekening van de aflossingscapaciteit met het oog op de terugbetaling van bijstand ingevolge de WWB. De rechtbank komt terug op het eerder gegeven oordeel (in de uitspraak van 27 april 2007, registratienummer AWB 06/4611) dat voor het standpunt van eisers dat de beslagvrije voet verhoogd moet worden voor zover de huur, na aftrek van de huurtoeslag, hoger is dan de in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag genoemde normhuur, geen basis kan worden gevonden in de wet. Thans oordeelt de rechtbank dat het bedrag dat van de kale huur resteert na aftrek van de huurtoeslag alleen dan tot verhoging van de beslagvrije voet leidt, indien dit bedrag uitkomt boven het drempelbedrag van artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag. Tot slot bevestigt de rechtbank het in de uitspraak van 31 januari 2007 reeds gegeven oordeel dat de vermogensgrens niet verhoogd dient te worden met het negatieve vermogen van de bijstandsgerechtigde.
De uitspraak op rechtspraak.nl