Rb. Arnhem 7 november 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB8054
Het oordeel van de tuchtrechter dat niet volgens een voor het beroep geldende norm, te weten artikel 48 lid 7 van de Advocatenwet, is gehandeld, dwingt de rechtbank niet tot het oordeel dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming jegens gedaagde. De rechtbank dient dan ook ter beoordeling van de gestelde tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op basis van de haar voorliggende feiten een eigen oordeel te vellen over de vraag of eiser de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. De rechtbank komt bij het beantwoorden van deze vraag tot het oordeel dat eiser aan dit criterium niet heeft voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl