Rb. Arnhem 12 april 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB1897
Naheffingsaanslag overdrachtsbelasting terecht opgelegd. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Uit de omstandigheid dat tegen een uitspraak van het Gerechtshof geen beroep in cassatie is ingesteld kan niet zonder meer kan worden afgeleid dat door de staatssecretaris van Financien het standpunt werd ingenomen dat de vrijstelling van artikel 3, eerste lid, letter b van de WBR van toepassing zou zijn op verdelingen en toedelingen als in onderhavige casus. De vrijstelling van artikel 9a van de Natuurschoonwet is niet van toepassing op de percelen die op een later moment alsnog zijn aangemerkt als landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet. De door eiser genoemde (tegemoetkomende) besluiten zijn in de onderhavige casus niet van toepassing. Toepassing van de hardheidsclausule is voorbehouden aan de staatssecretaris van Financien.
De uitspraak op rechtspraak.nl