Rb. Arnhem 10 augustus 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB1666

Aan de persoon die aan de top van het concern staat is door één van de tot dit concern behorende vennootschappen een auto ter beschikking gesteld. Hij gebruikt deze auto mede voor privé-doeleinden. Hij verricht binnen dit concern zowel werkzaamheden op grond van een arbeidsovereenkomst als op grond van een managementovereenkomst. De rechtbank is van oordeel dat hij deze werkzaamheden als zelfstandige verricht. Toch is hij geen belastingplichtige in de zin van artikel 4, eerste lid, Zesde Richtlijn. Dit omdat hij niet zelfstandig economische activiteiten verricht. Van strijdigheid van artikel 1, lid 1, onderdeel c, BUA, met de Zesde richtlijn, is geen sprake. Een aftrekbeperking als de onderhavige, die ziet op een ter beschikking gestelde personenauto die voor privé-doeleinden wordt gebruikt, acht de rechtbank voldoende bepaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen