Rb. Arnhem 4 juli 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB0138

4.2. Uitgangspunt is dat aan een kort gedingvonnis geen gezag van gewijsde toekomt. In latere procedures tussen dezelfde partijen staat, anders dan bij een uitspraak in een bodemprocedure het geval is, niet onbetwistbaar vast wat de rechter over hun rechtsbetrekking in een eerder kort gedingvonnis heeft beslist (vgl. HR 16 december 1994, NJ 1995). Dit betekent dat ook in een later kort geding opnieuw de rechtsbetrekking van partijen aan de orde kan worden gesteld. Als dat gebeurt op precies dezelfde feiten en omstandigheden en met aanvoering van precies dezelfde gronden als in het eerdere kort geding, zal evenwel het belang bij het latere kort geding ontbreken dan wel zal dat misbruik van procesrecht kunnen opleveren, op grond waarvan de vordering in het latere kort geding moet worden afgewezen (vgl. LJN: BA8346, Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 26 juni 2007).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen