Rb. Arnhem 31 januari 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9650
Verweerder heeft de bijstand van eiseres verlaagd met 20 % gedurende een maand wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid omdat eiseres haar recht op een uitkering ingevolge de WW niet geldend gemaakt heeft. De duur en de ingangsdatum van de maatregel heeft verweerder gebaseerd op het Besluit nadere regels maatregelverordening gemeenten Arnhem, dat weer is gebaseerd op de gemeentelijke maatregelverordening. De rechtbank oordeelt dat de gemeenteraad niet de bevoegdheid heeft het stellen van regels aangaande de verlaging van de bijstand bij wege van maatregel te delegeren aan verweerder nu blijkens de wetgeschiedenis het stellen van regels dienaangaande de exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad is. dit heeft tot gevolg dat de desbetreffende artikelen van het besluit nadere regels, onverbindend zijn. Ten aanzien van de door verweerder vastgestelde vermogensruimte overweegt de rechtbank dat dit een besluit is waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Verder brengt het bestaan van schulden bij aanvang van de bijstand niet mee dat tijdens de periode waarin de bijstand verstrekt wordt, een hoger bedrag kan worden vrijgelaten dan is bepaald in artikel 34, derde lid, van de WWB.
De uitspraak op rechtspraak.nl