Rb. Arnhem 24 januari 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9469
Partijen zijn verdeeld over de vraag of Duits dan wel Nederlands recht dient te worden toegepast. Nu partijen geen rechtskeuze hebben gemaakt, wordt de overeenkomst op grond van artikel 4 lid 1 van het EG-verbintenissenverdrag beheerst door het recht van het land waarmee deze overeenkomst het nauwst is verbonden. Artikel 4 lid 2 van dit verdrag bepaalt dat de overeenkomst wordt vermoed het nauwst te zijn verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten haar verblijfplaats heeft. Vraag of gedaagde in conventie ten tijde van het aangaan van de behandelovereenkomst niet compos mentis was.
De uitspraak op rechtspraak.nl