Rb. Arnhem 3 augustus 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AU4367
Beoordeeld moet worden of gedaagde de borgtochtovereenkomst terecht buitengerechtelijk heeft vernietigd op grond dwaling. Vervolgens moet aan de orde komen of gedaagde een beroep op het bepaalde in art. 6:139 lid 2 BW toekomt.
De uitspraak op rechtspraak.nl