Rb. Arnhem 21 juli 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AU2380
De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 4 mei 2005 weliswaar het bindende oordeel gegeven dat de koopovereenkomst tussen partijen op terechte gronden is ontbonden door gedaagde 1 en gedaagde 2 en dat dit op de voet van artikel 6:271 BW leidt tot ongedaanmakingsverbintenissen, maar heeft dit oordeel nog niet in het dictum opgenomen. Vooropgesteld wordt dat, wanneer de rechtbank dit oordeel als eindoordeel had willen effectureren, zij dit zou hebben opgenomen in het dictum. Nu zij dit heeft nagelaten, kan daaruit de conclusie worden getrokken dat het niet in de bedoeling van de rechtbank heeft gelegen aan dit oordeel reeds gevolgen te verbinden, voordat ook op de vordering tot schadevergoeding kan worden beslist.
De uitspraak op rechtspraak.nl