Rb. Arnhem 13 juli 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AU1538
Engelsing stelt dat gedaagde 1 en gedaagde 1 beheer toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de op hen rustende verplichtingen uit hoofde van de samenwerkings- en de intentieovereenkomst. Immers, in strijd met de daarin neergelegde afspraken heeft gedaagde 1, via Assupport, niet alleen nieuwe relaties bij Engelsing onder gebracht maar ook relaties van Engelsing naar zich toe getrokken. Het meest verstrekkende verweer van gedaagden luidt dat het in art. 6 van de samenwerkingsovereenkomst opgenomen non-concurrrentiebeding in strijd is met art. 6 van de Mededingingswet en op die grond van rechtswege nietig.
De uitspraak op rechtspraak.nl