Rb. Arnhem 8 april 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT4904
Partijen verschillen van mening over de vraag wie als eigenaar van het onder de feiten sub 4 met name genoemde perceel N 397 moet worden aangemerkt. Uit de producties blijkt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter -anders dan eiser kennelijk meent- voldoende dat de wil van eiser erop gericht was om het gehele perceel N 397 in te brengen in de Witadi-vennootschappen. De voorzieningenrechter is met Strijbosch van oordeel dat niet kan worden afgeleid dat de oorspronkelijke wil en de daarmee geopenbaarde rechtshandeling van eiser niet met elkaar in overeenstemming waren.
De uitspraak op rechtspraak.nl