Rb. Arnhem 30 maart 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT4846

Het tussenvonnis van 12 juli 2001, waarbij deze rechtbank zekerheidstelling heeft bevolen, heeft een provisioneel karakter. Op grond van het eerste lid van artikel 337 Rv. oud was het mogelijk om tegen een provisioneel vonnis ofwel direct – met inachtneming van de geldende beroepstermijn – in beroep te gaan, ofwel het hoger beroep pas in te stellen tegelijk met het appèl tegen het eindvonnis in de hoofdzaak. Gesteld noch gebleken is dat Floricola c.s. tussentijds hoger beroep heeft ingesteld. De beroepstermijn voor het instellen van tussentijds beroep is verstreken. Floricola c.s. zal dus in beginsel, indien zij wenst dat de procedure wordt voortgezet, de door de rechtbank bepaalde zekerheid moeten stellen. De rechtbank ziet geen reden om thans terug te komen op de eerdere vaststelling van de hoogte van het bedrag. De rechtbank handhaaft haar beslissing en zal Floricola c.s., voor de laatste maal, in de gelegenheid stellen bij akte bewijs in het geding te brengen van door haar gestelde zekerheid, ter omvang van € 38.750,00.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen