Rb. Arnhem 3 februari 2005, ECLI:NL:RBARN:2005:AT2846

Vast staat dat eiser geen partij is geweest in de procedure die tot het vonnis heeft geleid, zodat zij in het kader van dit kort geding moet worden aangemerkt als “een derde” in de zin van artikel 438, lid 5 Rv. Dit artikel(lid) schrijft dwingend voor dat in een executiegeschil als het onderhavige zowel de executant (de vereniging piramide spelen) als de geëxecuteerde door de derde (eiser) dient te worden gedagvaard. Nu eiser heeft nagelaten betrokkene in dit kort geding (mede) te dagvaarden is aan voormeld vereiste niet voldaan, zodat eiser reeds op grond daarvan niet ontvankelijk in haar vordering moet worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen