Rb. Arnhem 14 juli 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AQ1551
Tussenvonnis in Dexia-zaak. De klant heeft onder meer gesteld dat de Winstverdriedubbelaar nietig is wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet (Wck). Dexia heeft die stelling bestreden. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of een richtlijnconforme uitleg van de Wck - aan de hand van tekst en toelichting van Richtlijn 87/102/EEG inzake consumentenkrediet - meebrengt dat de Wck van toepassing is op de Winstverdriedubbelaar. Zij komt tot het voorlopige oordeel dat de Wck op de Winstverdriedubbelaar van toepassing is. Dit voorlopige oordeel kan verstrekkende gevolgen hebben, omdat de Winstverdriedubbelaar in dat geval mogelijk nietig is. Op deze nietigheid moet de rechter ambtshalve acht slaan. Omdat partijen geen aandacht hebben geschonken aan het Europese recht, krijgen zij de gelegenheid te reageren op dit voorlopige oordeel van de rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl