Rb. Arnhem 24 juni 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AP6293

Buitengerechtelijke schuldsanering; Misbruik van bevoegdheid; In een geschil als het onderhavige dient het uitgangspunt te zijn dat een schuldeiser (zoals Amicon) niet gedwongen kan worden tot medewerking aan een buitengerechtelijk schuldsaneringsvoorstel. Onder omstandigheden kan weigering tot zodanige medewerking echter misbruik van bevoegdheid of handelen in strijd met de redelijkheid en billijkheid opleveren, dan wel strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer volgens ongeschreven recht betaamt. In dit verband is het volgende van belang. Uit de jurisprudentie kan worden afgeleid dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid indien de betreffende schuldeiser, die weigert medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijk schuldsaneringsvoorstel, niet te beschouwen is als een gewone crediteur zoals de andere schuldeisers. De bijzondere maatschappelijke positie van een dergelijke schuldeiser dient dan in zo’n geval zwaarder te wegen dan de belangen van een individuele schuldenaar. De voorzieningenrechter is voorshands met Amicon van oordeel dat ook Amicon een dergelijke bijzondere positie als schuldeiser inneemt. Aan de andere kant dient het belang van X te worden beoordeeld. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat, gelet op de hiervoor onder 4, 5 en 6 tegen elkaar afgezette belangen van Amicon en X, het in dit concrete geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Amicon zich jegens X beroept op de handhaving van haar beleid. Daarmee handelt Amicon in dit concrete geval onrechtmatig jegens X en maakt zij misbruik van haar bevoegdheid door niet in te stemmen met het buitengerechtelijk schuldsaneringsvoorstel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen