Rb. Arnhem 10 maart 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AO9349
De rechtbank overweegt dat de renteloze geldlening is overeengekomen als onderdeel van de afspraken over de overname van de groothandel, zoals vastgelegd in de koopovereenkomst. Zie de eerste zin van artikel 4: "als onderdeel van de koop- en verkoopovereenkomst zal verkoper een renteloze lening verstrekken aan koper voor een bedrag van f. 150.000,--". In artikel 12 lid 2 koopovereenkomst hebben partijen afstand gedaan van hun recht de overeenkomst te ontbinden. Dit betekent dat de vordering tot ontbinding van de overeenkomst van renteloze geldlening zal worden afgewezen. Dit betekent ook dat de overige vorderingen, voorzover zij strekken tot betaling van een bedrag dat hoger is dan de opeisbare tweede termijn van € 13.613,41, zullen worden afgewezen. Een andere grondslag dan ongedaanmaking na ontbinding is immers niet gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl