Rb. Arnhem 25 februari 2004, ECLI:NL:RBARN:2004:AO5429

Verjaringsregeling in WAM is een bijzondere regel die tot gevolg heeft dat de algemene regeling van art. 3:310 BW buiten toepassing blijft; door verjaring van de onderliggende vordering wordt de zelfstandige vordering jegens de verzekeraar op grond van art. 6 WAM niet aangetast (BGH 21-12-1990, NJ 1991, 319); tijdsverloop alleen is geen grondslag van rechtsverwerking; met de wijziging van de term botsing, aan- of "overrijding" van art. 31 WvW in de term "verkeersongeval" van art. 185 WvW is een verruiming aangebracht. Geen steun in de wet en haar geschiedenis voor de stelling dat de strekking van art. 185 WvW is de zwakkere verkeersdeelnemer te beschermen en dat de Staat dus niet beschermd wordt tegen de door haar geleden schade aan het wegdek; wet maakt geen onderscheid tussen letsel- en zaakschade en ook niet tegen zwakke en sterkere verkeersdeelnemers, Ohra zal overmacht moeten aantonen waarbij "een eigen gebrek/schuld van het motorrijtuig" geen overmacht oplevert (HR 16-4-1942, NJ 1942, 394).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen