Rb. Arnhem 21 juni 2000, ECLI:NL:RBARN:2000:AA6459
1. Awb: Loonheffing over werkgeversdeel ziekenfondspremie gebaseerd op fiscale wetgeving als bedoeld in art. 8:4 aanhef en onder g Awb. 2. Materieel: Geen analoge toepassing art. 15.4 ZFW, wegens door wetgever uitdrukkelijk beoogd onderscheid tussen verzekerden. 1. Terugvordering teveel uitbetaalde WAO-conforme uitkering, i.v.m. (onder meer) ten onrechte niet ingehouden loonheffing i.v.m. de fiscale bijtelling werkgeversdeel van de ZFW-premie. Rb.: Verweerder was o.g.v. fiscale wetgeving gehouden op de uitkering van eiseres loonheffing in te houden over het werkgeversdeel van de verschuldigde ziekenfondspremie. Het bestreden besluit is in zoverre genomen o.g.v. een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de heffing van een premie ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen als bedoeld in art. 8:4 aanhef en onder g Awb. 2. Terugvordering ter zake van te veel uitbetaalde (WAO-conforme) uitkering over de periode van 1-1-1996 tot 1-12-1996. Dit betreft niet verrichte inhoudingen terzake van de ZFW op eiseresses WAO-conforme uitkering alsmede niet ingehouden loonheffing i.v.m. fiscale bijtelling van het werkgeversdeel van de premie ZFW. Eiseres heeft betoogd dat verweerder niet bevoegd was tot terugvordering en heeft daarbij gewezen op art. 15.4 ZFW en het arrest van de HR van 3-11-1989 (RSV 1990/204.) Naar het oordeel van de Rb. kan het beroep van eiseres op art. 15.4 ZFW en het arrest van de HR i.c. niet slagen. Art. 15 ZFW bevat regels omtrent de vaststelling, inning en afdracht van premies met betrekking tot verzekerden als bedoeld in art. 3, eerste lid onder a, ZFW (de werknemers in de zin van de ZW). De heffing, inning en afdracht van premies voor de groep van verzekerden waartoe eiseres behoort, berust niet op art. 15 ZFW, maar op art. 18 van die wet in verbinding met art. 12b KB. In art. 12b is - anders dan in art. 15.4 ZFW en anders dan in de artt. 13 tot en met 13b van het KB - geen bepaling opgenomen krachtens welke de inhouding van het werknemersdeel van de premie op de uitkering als een bevoegdheid van de werkgever wordt omschreven. In het derde lid van art. 12b is integendeel expliciet en imperatief bepaald dat het FAOP (als werkgever) de door de verzekerde verschuldigde premie op diens WAO-conforme uitkering inhoudt. Zulks laat derhalve geen ruimte voor een (analoge) toepassing van art. 15.4 ZFW, reeds niet omdat de wetgever ten aanzien van een aantal groepen van verzekerden dit onderscheid kennelijk uitdrukkelijk heeft gewild. Het onverschuldigd betaalde deel van de uitkering heeft geen betrekking op (de hoogte van) de WAO-conforme uitkering als zodanig, maar betreft het netto voordeel dat eiseres heeft genoten in verband met de niet-inhouding van ziekenfondspremie. Om deze reden berust de onderhavige terugvordering naar het oordeel van de rechtbank niet op art. 57 WAO, maar op het algemene rechtsbeginsel dat hetgeen onverschuldigd is betaald kan worden teruggevorderd. Geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder niet in redelijkheid tot terugvordering heeft kunnen besluiten dan wel anderszins strijd met (on)geschreven recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl