Rb. Amsterdam 8 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7094
De rechtbank oordeelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat de erfenis van erflaatster moet worden afgehandeld volgens het versterferfrecht. Dat zou ingrijpende negatieve gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de partner van erflaatster en hun kinderen. De erfenis moet daarom worden afgehandeld volgens het concept-testament. (artikel 3:12 en 6:2 BW) Omdat kinderen betrokken zijn bij de zaak, heeft de kantonrechter een bijzonder curator benoemd om hen te vertegenwoordigen. De rechter heeft hun belang meegewogen (artikel 3 en 12 internationaal verdrag voor de rechten van het kind).
De uitspraak op rechtspraak.nl