Rb. Amsterdam 12 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3902

Executie-EAB Polen. Artikel 12 OLW-verweer verworpen. De beslissing waarbij is bepaald dat de opgeëiste persoon de opgelegde vrijheidsstraf onder elektronisch toezicht mocht uitzitten en de beslissing tot herroeping van het elektronisch toezicht als gevolg van het niet naleven van de daaraan verbonden verplichtingen zijn slechts beslissingen over de wijze van tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf en vallen niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Overlevering toegestaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/286798-24
Datum uitspraak: 12 februari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 1 december 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 23 mei 2024 door the Regional Court in Rzeszów, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres]
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een vonnis van the District Court in Rzeszów van 2 juni 2022 (referentie: no. X K 443/21).

Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid.

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Uit de toelichting in onderdeel c) van het EAB en uit de aanvullende informatie van 31 december 2025 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat dat de advocaat van de opgeëiste persoon verzocht heeft om de vrijheidsstraf, die aan de opgeëiste persoon bij het hiervoor genoemde vonnis is opgelegd, onder elektronisch toezicht uit te zitten. Dit verzoek is bij beslissing van the District Court in Rzeszów van 1 september 2022 toegewezen en bij beslissing van 29 maart 2023 herroepen, omdat de opgeëiste persoon zijn verplichtingen voor elektronisch toezicht niet naleefde. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, twee maanden en vijf dagen.

Het hiervoor genoemde vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vrijheidsstraf door de toewijzing van het verzoek om deze onder elektronisch toezicht uit te zitten feitelijk voorwaardelijk is geworden, aangezien de opgeëiste persoon aan de daaraan verbonden voorwaarden gebonden was. Op basis van het EAB en de aanvullende informatie van 31 december 2025 is niet duidelijk of er een beoordelingsmarge was bij het omzetten van het elektronisch toezicht in de initieel opgelegde straf of dat er sprake is van een zuivere omzetting, zoals bedoeld in het arrest Ardic. De raadsman heeft in dat kader verwezen naar een uitspraak van de rechtbank van 12 augustus 2025, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat bij een omzetting van een vrijheidsbeperkende maatregel naar een onvoorwaardelijke gevangenisstraf sprake was van beoordelingsruimte van de rechter.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon aanwezig was bij de procedure die heeft geleid tot het vonnis. De toets aan artikel 12 OLW is niet aan de orde, nu er geen sprake is van een nieuwe veroordeling of van het omzetten van een voorwaardelijke straf.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot het vonnis heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.
De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. De uitspraak waar de raadsman naar heeft verwezen, is niet vergelijkbaar met onderhavige situatie omdat het daar ging om een vrijheidsbeperkende straf (bestaande uit een werkstraf) en het hier gaat om een opgelegde vrijheidsstraf. Uit het EAB en uit de aanvullende informatie van 31 december 2025 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt niet dat de vrijheidsstraf aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon is opgelegd of dat hem aanvankelijk een vrijheidsbeperkende maatregel is opgelegd. De beslissing waarbij is bepaald dat de opgeëiste persoon de opgelegde vrijheidsstraf onder elektronisch toezicht mocht uitzitten en de beslissing tot herroeping van het elektronisch toezicht als gevolg van het niet naleven van de daaraan verbonden verplichtingen zijn slechts beslissingen over de wijze van tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf en vallen niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.

4 Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU

De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 285 en 304 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van aan [de opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Rzeszów, Polen voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 februari 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken