Rb. Amsterdam 19 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2831

Nederlandse niet-ingezetene directeur-grootaandeelhouder verzekerd voor AOW en Wlz na verkoop Nederlandse operationele dochtervennootschappen in juni 2016?; niet aannemelijk dat hij nadien (substantiële) werkzaamheden heeft verricht in de zin van art. 11, lid 3, onder a, Vo 883/2004; genoemde activiteiten kwalificeren ook niet als zodanig; ontvangst inkomsten uit BV en betaling loonbelasting leidt niet tot ander oordeel; beroep op vertrouwensbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel faalt; schending mededelingsplicht van art. 3, lid 2, Vo 987/2009; beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken