Rb. Amsterdam 26 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2102
Vrijspraak van oplichting. Niet kan worden vastgesteld wat het oplichtingsmiddel is geweest. Daarnaast kan niet worden bewezen dat verdachte opzet had op het niet betalen van de rekeningem. Gelet op de geestelijke gesteldheid van verdachte is het goed mogelijk dat verdachte in de veronderstelling was dat hij de rekeningen kon betalen. De benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl