Rb. Amsterdam 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:8015
Gedaagde is in 2022 deelnemer geworden van een collectief voor de inkoop van elektra en gas. Dat collectief heeft een overeenkomst tot leveren elektra gesloten met eiser voor de periode tot 1 januari 2025. De prijs voor elektra wordt vastgeklikt door de vertegenwoordiger van dat collectief. Gedaagde heeft de deelname aan het collectief beëindigd in 2023 en heeft de volmacht voor vertegenwoordiging ingetrokken. Gedaagde heeft in 2024 wel elektra afgenomen van eiser, maar niet volledig voldaan. De rechtbank komt in dit vonnis tot het oordeel dat tussen partijen is ook voor het jaar 2024 een overeenkomst tot levering van energie tot stand is gekomen. Die overeenkomst is tot stand gekomen vóórdat de volmacht aan haar intermediair had ingetrokken. Daarom tast de intrekking van die volmacht de overeenkomst niet aan. Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser met de nader door haar overgelegde stukken voldoende heeft aangetoond dat de in rekening gebrachte tarieven tot stand zijn gekomen doordat de intermediair van gedaagde op verschillende momenten voor bepaalde volumes marktprijzen heeft vastgeklikt. De conclusie is dat de openstaande moeten worden betaald.
De uitspraak op rechtspraak.nl