Rb. Amsterdam 15 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7704
Pauliana. Artikel 3:45 BW. Een beroep op dit artikel komt alleen toe aan schuldeisers die door de rechtshandeling in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld. Daarbij maakt het niet uit of de vordering voor of na de desbetreffende rechtshandeling is ontstaan; voldoende is dat de schuldeiser op het moment van het inroepen van de vernietiging een vordering heeft. In deze procedure is het aan eisers om voldoende feiten te stellen waaruit volgt dat de vennootschap thans als schuldeiser kan worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt dat eisers daarvoor in het licht van de betwisting te weinig feiten hebben gesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl