Rb. Amsterdam 19 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:6224

Het verzoek ex artikel 36, eerste lid, OLW is toegewezen omdat een door een Nederlandse rechter tegen de opgeëiste persoon gewezen strafvonnis nog geheel of ten dele voor tenuitvoerlegging vatbaar is. De opgeëiste persoon is namelijk voorwaardelijk in vrijheid gesteld en de proeftijd is nog niet verstreken. Bovendien bestaat een kans dat de opgeëiste persoon wegens overtreding van die voorwaarden alsnog de resterende straf moet uitzitten, nu het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling zal worden herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen