Rb. Amsterdam 10 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5663
Psychische mishandeling echtgenote (art. 300/304 Sr). Artikel 300, lid 4 van het Wetboek van Strafrecht houdt onder meer in dat onder mishandeling ook wordt verstaan: opzettelijke benadeling van de gezondheid. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat niet is uitgesloten dat de benadeling van de gezondheid ook de psychische gezondheid omvat. Het psychische welbevinden is een wezenlijk onderdeel van de algemene gezondheid. Daarop een inbreuk maken, is een ernstige schending van de vrijheid en integriteit waarop elke burger in dit land recht heeft en in feite niet te onderscheiden van een schending van de fysieke integriteit van een mens door fysieke mishandeling. De politierechter gaat er daarom van uit dat ook vormen van psychisch geweld via de weg van lid 4 strafbare mishandeling kunnen opleveren. Een vorm van psychisch geweld is dwingende controle; een structurele vorm van onderdrukking binnen een relatie waarbij de dader de controle neemt over het leven van het slachtoffer. Het bestaat uit een patroon van handelingen die bedoeld zijn om iemand ondergeschikt en afhankelijk te maken, door het slachtoffer te isoleren van bronnen van steun, diens middelen en capaciteiten te exploiteren voor persoonlijk gewin, hem de middelen te ontnemen die nodig zijn voor onafhankelijkheid en de mogelijkheid zich te verweren, en het alledaags gedrag te reguleren. Het is een eenzijdig, machtsongelijk patroon met verschillende uitingsvormen, dat uitermate schadelijk is voor slachtoffers. Concrete gedragingen die hier deel van kunnen uitmaken, zijn het onthouden van financiële middelen, voeding, sociale contacten, maar ook emotionele dwang toepassen zoals het afdwingen van seks, dreigen met moord of zelfmoord als het slachtoffer niet doet wat de dader wil. Daarnaast zijn er allerlei emotionele manieren om het slachtoffer onder controle te brengen, zoals binnen het huishouden isoleren of doodzwijgen en de realiteit van het slachtoffer in twijfel trekken (‘gaslighting’). Het slachtoffer in deze zaak stelt dat zij in een afhankelijke positie is gebracht door de verdachte. Ze zegt dat ze binnen het huwelijk als een slaaf werd behandeld. Haar sociale contacten werden beperkt, ze kreeg onvoldoende eten, ze mocht niet naar buiten wanneer ze dat wilde en ze werd uitgescholden. Ze werd ook bedreigd voor het geval ze er wat aan zou willen doen. Er is zoveel bewijs dat het verhaal van het slachtoffer ondersteunt, dat de verklaring van de verdachte dat de situatie juist omgekeerd is, ongeloofwaardig is. Uit het dossier (reclasseringsrapport van 8 januari 2025, opgemaakt door reclasseringsmedewerker) blijkt bovendien dat de verdachte verschillende keren getrouwd is met vrouwen die alleen al door de manier waarop ze in het huwelijk zijn gestapt in een afhankelijke positie ten opzichte van de verdachte verkeerden. (...)
De uitspraak op rechtspraak.nl