Rb. Amsterdam 30 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:3604
Consumentenzaak. Onderwijsovereenkomst Universiteit. Eisende partij moet duidelijkheid verschaffen of sprake is van een op grond van art. 7.43 WHW bekostigde opleiding waarvoor gedaagde partij alleen het wettelijk collegegeld als bedoeld in art. 7.45 en 7.45a WHW verschuldigd is of dat er sprake is van een niet bekostigde opleiding waarbij de hoogte van het instellingscollegegeld door het instellingsbestuur wordt vastgesteld (art. 7.46 lid 2 WHW). Tevens dient eisende partij als geen sprake is van een bekostigde opleiding toe te lichten en te onderbouwen dat zij heeft voldaan aan de precontractuele en contractuele informatieplichten. Eisende partij dient zich eveneens uit te laten over de door de kantonrechter voorgenomen vernietiging van het beding in de algemene voorwaarden over buitengerechtelijke incassokosten.
De uitspraak op rechtspraak.nl